Bloemkool koken doe je in ongeveer 10 tot 15 minuten in ruim kokend water. Breng een grote pan met water aan de kook, voeg eventueel wat zout toe, en leg de bloemkoolroosjes er in. Na 10 minuten is de bloemkool zacht maar nog met een lichte bite. Wil je hem helemaal zacht, reken dan op 15 minuten.
Bloemkool koken: stap voor stap
Snijd eerst een halve centimeter van de harde onderkant van de bloemkool. Verwijder daarna de buitenste bladeren. Breek of snijd de kool vervolgens in gelijkmatige roosjes. Hoe gelijkmatiger de stukken, hoe eerlijker ze garen: kleine roosjes zijn sneller klaar dan grote, en als je ze door elkaar kookt, worden de kleine te slap terwijl de grote nog hard zijn.
- Vul een grote pan met ruim water en breng dit aan de kook.
- Voeg naar smaak zout toe aan het water.
- Snijd een halve centimeter van de harde onderkant.
- Verdeel de bloemkool in gelijkmatige roosjes.
- Leg de roosjes in het kokende water.
- Kook ze 10 minuten voor een lichte bite, 15 minuten voor helemaal zacht.
- Giet af en serveer direct, of laat even uitdampen in de vergiet.
Wil je de hele bloemkool in één keer koken, zonder hem in roosjes te verdelen? Dat kan, maar reken dan op een kooktijd van 20 tot 25 minuten. Controleer met een vork of een satéprikker: die moet zonder weerstand door het dikste deel gaan.
Hoe weet je wanneer de bloemkool gaar is?
Prik na 10 minuten met een vork in een roosje. Gaat de vork er makkelijk in, maar voel je nog een klein beetje weerstand? Dan is de bloemkool gaar met bite, wat prettig is in salades of als bijgerecht waarbij je de bloemkool nog wat structuur wilt geven. Valt het roosje uit elkaar bij het prikken, dan is hij wat te lang gegaan. Zacht is goed voor stamppot of soep, maar als bijgerecht smaakt een iets stevigere kool beter.
Moet je zout aan het kookwater toevoegen?
Dat is niet verplicht, maar het maakt een verschil. Zout in het kookwater trekt licht in de bloemkool en geeft smaak aan de binnenkant van de roosjes. Gebruik ongeveer een theelepel zout per liter water. Kook je de bloemkool voor een gerecht dat toch al veel zout bevat, dan kun je het weglaten.
Veelgemaakte fouten bij het koken van bloemkool
De meest gemaakte fout is te weinig water gebruiken. Als de pan te vol zit en het water afkoelt door de bloemkool, duurt het langer voor alles gaar is en gaar je ongelijkmatig. Gebruik altijd ruim water, zodat de roosjes vrij kunnen bewegen en het water snel weer op temperatuur komt.
Een tweede valkuil is ongelijke stukken snijden. Een dik, compact roosje heeft twee keer zo lang nodig als een dun plukje. Snijd de roosjes daarom zo gelijkmatig mogelijk, met een vergelijkbare dikte aan de steelbasis.
Tot slot: laat afgegieten bloemkool niet te lang in de warme pan staan. Door het restwarmte en het vocht gaart hij door en wordt hij alsnog te slap. Giet direct af en laat uitdampen in de vergiet.
Alternatieve manieren om bloemkool te garen
Naast koken in water kun je bloemkool ook stomen. Stomen duurt iets langer (15 tot 20 minuten voor roosjes), maar het verlies van voedingsstoffen is kleiner, omdat de vitamines niet in het kookwater verdwijnen. Bloemkool bevat onder andere vitamine C, en dat lost snel op in heet water.
In de magnetron gaat het snelste: doe de roosjes met een eetlepel water in een magnetronbestendige schaal, dek af met magnetronfolie of een deksel, en zet hem 5 tot 7 minuten op vol vermogen. Controleer halverwege of ze gelijkmatig garen.
Kort gekookte bloemkool is de basis voor tientallen gerechten: stamppot, gratin, soep, bloemkoolpuree of gewoon als bijgerecht met een klontje boter. Met een kooktijd van 10 tot 15 minuten en een goede pan heb je het in no time op tafel staan.



